Inleiding gehouden op het symposium over Open Onderwijs Fontys Hogeschool ICT Eindhoven, op 12 juni 2015

12 juni 2015

Open onderwijs, het is een onderwerp dat de afgelopen jaren steeds meer belangstelling heeft gekregen in  het Nederlandse hoger onderwijs. Het is begonnen met enkele experimenten bij universiteiten. Het kreeg opeens veel aandacht toen in de VS Ivy League universiteiten begonnen met Massive Open Online Courses. Er bestaat al jaren een Special Interest Group van SURF, die eerst SIG OER heette en tegenwoordig Open Education. En anno 2015 zijn we zover dat het ministerie van OCW een meerjarige stimuleringsregeling Open en Online Onderwijs in het leven heeft geroepen die door SURF wordt begeleid en gecoördineerd. 

Ik ken geen actueel overzicht van de situatie bij Nederlandse universiteiten en hogescholen. TU Delft, Universiteit Wageningen (EdX), Universiteit Leiden, Universiteit Amsterdam, TU Eindhoven, Erasmus Universiteit Rotterdam (Coursera), Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Twente (Futurelearn) en de Open Universiteit bieden MOOC’s aan. Wat betreft de hogescholen heb ik weet van de Hogeschool en de Hogeschool Zeeland die samen een MOOC aanbieden. Hanze Hogeschool biedt er een aan, alsook de HAN en de HvA. En…….er is het eerste ROC dat ook een MOOC aanbiedt. Het aantal deelnemers aan deze open cursussen loopt in de tienduizenden.

Wat is het waardoor open onderwijs de laatste jaren deze belangstelling trekt? Doen wij dat omdat het al eerder in de VS is opgekomen, en wij graag de VS volgen? Zijn wij, Nederlanders, er in geïnteresseerd geraakt  omdat het gratis is? Waarom zijn dan de Nederlandse hoger onderwijsinstellingen zich daarmee gaan bezighouden? Voor hen is het niet gratis. Of is het , zoals Minister Jet Bussemaker van OCW zegt, omdat open en online onderwijs “een moderne en uitdagende toevoeging is op het huidige onderwijs”? En waarin zit hem dan die moderne en uitdagende toevoeging? En hoe zit het dan met die moderne en uitdagende toevoeging voor het hbo? In het symposium van vanmiddag zal worden ingegaan op een aantal van deze vragen.

We zijn hier vandaag te gast bij Fontys Hogeschool ICT.  Openheid is voor ICT mensen een bekend verschijnsel sinds Richard Stalman en Eric Raymond in de jaren tachtig van de vorige eeuw begonnen met Free Software  en Open Source. Deze beweging, met name haar uitgangspunten en doelstellingen, zijn voor een van de pioniers van de Open  Education beweging, David Wiley, een belangrijke inspiratiebron geweest.  Wiley ontwierp de Open Publication License (OPL), de voorloper van de Creative Commons License, die nu wereldwijd wordt toegepast.

Wat kunt u vanmiddag verwachten? Michiel van Genugten zal ingaan op de overeenkomsten maar ook de verschillen tussen open onderwijs en open source software. “Open” is in de software wereld ondertussen een normaal verschijnsel geworden, zozeer zelfs dat open een belangrijk verkoopargument is geworden. Dit fenomeen wordt aangeduid als “openwashing”: zeggen dat het open software is, maar dan wel onder voorwaarden.

Zien we hier een overeenkomst met “open” in open onderwijs? Je zou kunnen zeggen dat er bij het verschijnsel MOOCs ook sprake is van openwashing. Immers MOOCs heten open te zijn, dat zegt de naam immers. Maar MOOCs benutten de kracht van het (open) delen van kennis en expertise maar zeer ten dele. Zij gebruiken slechts bepaalde aspecten van open onderwijs en laten – meestal met opzet -  de meest kenmerkende aspecten van open onderwijs buiten beschouwing.

Fred Mulder zal in zijn lezing ingaan op de verschillende aspecten die verbonden zijn aan openheid van onderwijs. Openheid kent een lange traditie in onderwijs. Gebaseerd op de gedachte dat onderwijs een publiek goed dat voor iedereen toegankelijk moet zijn, hebben in afgelopen eeuw verschillende onderwijsdenkers gepleit voor open onderwijs. In Nederland heeft dat geresulteerd in de Volksuniversiteit, de Moedermavo en de Open Universiteit.  Onder invloed van de digitale netwerkrevolutie heeft de openheid nogal wat veranderingen ondergaan. De mogelijkheden die internet biet hebben grote invloed gehad op de vorm en inhoud van open onderwijs.

Onlangs is de SURF-publicatie verschenen “Begrippenkader Online Onderwijs”. Doel ervan is bij te dragen aan het ontstaan van een gemeenschappelijk begrippenkader.  Dat begrippenkader is de uitkomst van een discussie onder een tiental Nederlandse experts.  Het geheel zou de indruk kunnen wekken van een academisch debat over definities. In mijn ogen is het dat zeker niet. Achter dit debat schuilt een discussie over de richtingen waarin zich het (bekostigd) onderwijs kan en dient zich te ontwikkelen. Gaat het in de richting die David Wiley, en - we zullen dat straks ongetwijfeld van hen zelf horen - Fred Mulder en Robert Schuwer bepleiten van principiële vrijheid van en voor individuen met betrekking tot de toegang tot publiek bekostigde kennis en onderwijs, de vrijheid om leermaterialen te gebruiken, te hergebruiken en aan te passen. Of gaat het in de richting van een commerciële interpretatie van openheid? Krijgen we meer en meer te maken met het verschijnsel van “openwashing”:  “open” is slechts de poort om mensen naar een platform te krijgen, om vervolgens allerlei betaalde diensten aan te bieden of om zoveel mogelijk commercieel relevante data over deelnemers te kunnen genereren ..

Tot slot: wat heeft dit alles te maken met hbo-onderwijs? Is open onderwijs relevant voor Fontys en de Fontys Hogeschool ICT in het bijzonder. En zo ja, waar begin je, en wat zijn mogelijke uitwerkingen? Robert Schuwer zal op deze vragen straks in zijn intreerede uitgebreid op deze aspecten ingaan. Maar voordat hij de gelegenheid krijgt, zullen leden van de kenniskring lectoraat OER zich presenteren: Hans van Stam, Inge van Engeland, Marlou Heskes, Michiel Groenemeijer en Tom Langhorst.