"Open" en "Toegang"

21 januari 2020

Vorige week had ik een gesprek met Robert Schuwer over zijn blog “Hoe open zijn MOOCs nog?”. Hij noemt daarin drie aspecten van ‘open’ die volgens hem van belang zijn om het potentieel gebruik door zowel docenten als lerenden van een MOOC zo hoog mogelijk te maken:

  1. Open toegang: de MOOC is toegankelijk voor iedereen die dat wil
  2. Vrij van kosten: toegang tot de MOOC vereist geen betaling
  3. Open licentie: de materialen die in de MOOC worden gebruikt zijn beschikbaar onder een open licentie die aanpassing en hergebruik toestaat.

Volgens Robert zijn voor lerenden vooral de karakteristieken 1 en 2 van MOOCs van belang, met name in het kader van de flexibiliteitsambities in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek van OCW. Karakteristiek 3 maakt volgens hem voor lerenden weinig uit: hij of zij zal niet de behoefte hebben de rechten qua aanpassing die bij een open licentie behoren toe te passen op de gebruikte leermaterialen.

Robert heeft een ‘onderzoekje’ (zijn benaming) gedaan naar de mate waarin MOOC-platforms voldoen aan deze drie karakteristieken. Zijn - zeer voorzichtig - geformuleerde conclusie is, dat “de mate van openheid bij de meeste van de bestaande platformen niet de meest gewenste is”. Robert gaf aan te willen kijken naar hoe zijn bevindingen zich verhouden tot de aspecten die Cox & Trotter hebben gedefinieerd in hun OER Adoption Pyramid model.

Het is de moeite waard om kennis te nemen van zijn blog en onderzoek. Voor zover ik weet, is Robert een van de eersten die MOOC-platforms op deze manier heeft bekeken. Ik zei hem dat ik zijn onderzoek de moeite waard vind om het om te zetten in een publicatie voor een tijdschrift. Ik gaf daarbij twee suggesties. De eerste was dat hij zijn ‘onderzoekje’ in het breder kader zou kunnen plaatsen van wat Cheryl Hodgkinson-Williams op de OE Global Conferentie in Milaan met haar lezing The Warp and Weft of Open Education and Social Justice aan de orde heeft gesteld: ‘social justice and accessibility of education’. De tweede was om te spreken over ‘toegang’ in plaats van over ‘open’.

Wat nu volgt is een aantal gedachten over ‘access’ en ‘accessibility’ die ik heb geformuleerd naar aanleiding van Robert’s blog, het gesprek dat we daarover hadden, en wat ik op de OE Global heb gehoord. Ik heb me daarbij laten inspireren door een blog van Rick Anderson op The Scholarly Kitchen.

Anderson volgend, is het op de eerste plaats goed om inhoudelijk onderscheid te maken tussen de begrippen ‘accessibility’ en ‘access’. ‘Accessibility’ zie ik net als hem als de kwaliteit van het toegankelijk zijn, en ‘access’ als de manier of het middel om iets te benaderen. Verder zou ik net als hij heeft gedaan een drietal lagen van ‘toegang’ (als verzameling van ‘access’ en ‘accessibility’) willen onderscheiden.

Laag 1: Toegang tot (educational) resources (access) Deze laag heeft te maken met de vraag of en in welke mate mensen in staat worden gesteld om (educational) resources te benaderen en te lezen. Hoe makkelijker deze kunnen worden benaderd en hoe minder technische en/of financiële voorwaarden er worden gesteld om de (educational) resources te benaderen en te lezen, hoe meer ‘access’ mensen hebben. Belangrijk is dat als je geen toegang kunt krijgen tot de (educational) resources, je ook geen toegang tot (een van) de volgende twee lagen van toegang hebt.  In het OER Policy Guidelines rapport  dat Dominic Orr en ik , samen met Fengchun Miao en Sanjaya Mishra, hebben geschreven, hebben we dit aspect aangeduid met de term ‘technical accessibility’. Hier vat ik het breder op: er vallen ook financiele voorwaarden onder.Vertaald naar het model van Cox & Trotter: laag Access van de OER Adoption Pyramid, waarbij ik die breder definieer dan zij hebben gedaan.

Laag 2: Toegang van de (educational) resources: dit betreft de vrijheden rond gebruik van de (educational) resources (accessibility). Deze laag heeft te maken met de (her)gebruiksrechten, die verbonden zijn aan de (educational) resources. Als (educational) resources vrijelijk beschikbaar zijn om te lezen, maar niet om te hergebruiken of aan te passen/veranderen, dan zou je deze laag als dun kunnen omschrijven. De laag wordt dikker naarmate aan de gebruiker meer rechten worden toegekend: maximaal zijn CC-BY of Public Domain. Vertaald naar het model van Cox & Trotter: laag Permission van de OER Adoption Pyramid. In het rapport van Dominic Orr en mij zijn wij uitgebreid ingegaan op deze vorm van 'accessibility'.

Laag 3: Toegankelijkheid van de inhoud (ook ‘accessibility’, maar in een andere zin). De term ‘toegankelijkheid’ verwijst hier niet naar de mate waarin men de (educational) resources kan benaderen/vinden, lezen, hergebruiken en aanpassen, maar naar de mate waarin de inhoud zelf ‘open’ is. Je zou kunnen zeggen dat het debat over ‘social equality in open education’ waar Cheryl Hodgkinson-Williams in haar lezing op OE Global verwijst vooral op dit niveau speelt. In dit debat zijn verschillende stemmen te horen zijn over de mate waarin het mogelijk en wenselijk is om de manier waarop resources worden geschreven en gepresenteerd, te veranderen, zodat deze ‘toegankelijker’ (inclusive, herkenbaar) worden voor degenen die ze lezen en (willen) hergebruiken. Vertaald naar het model van Cox & Trotter: komt het meest overeen met de laag Availability van de Adoption Pyramid.